Hoewel velen er dagelijks tegen aan moeten kijken, maken geluidswallen langs de weg het uitzicht uit de auto er niet mooier op. Erwin noemde ze vorige week nog de 'lelijkste architectonische noodgreep van de 20e eeuw'. Volgend jaar verschijnt langs de A2 echter een wal die bestaat uit los van elkaar staande, ronde aluminium buizen met perforaties erin. Onder een bepaalde hoek kan door het scherm heen gekeken worden.
Het probleem is dat voor een goede geluidswering veel massa nodig is. Een rietkraag of bomenrand van 10 meter dik is niet afdoende. Zo komt Rijkswaterstaat vaak uit op betonplaten, met stenen gevulde schanskorven of andere variaties op een muur.
De uitdaging voor ontwerpers is dat de voor- en achterkant op een totaal andere manier ervaren worden. De één mag met 120 km/u geen aandacht trekken terwijl de ander liefst jarenlang vanachter de vensterbank mooi is om naar te kijken.

Ingeborg slaat de plank een beetje mis. Een geluidscherm heeft het meeste effect als het dicht bij de bron staat ( de weg), voldoende hoog is en de weg in lengte voldoende afscherm. De massa doet er niet zoveel, omdat het meeste geluid er overheen of lansheen gaat. Dus plaats, hoogte en lengte zijn veel belangrijker. Natuurlijk moet het scherm geen grote openeningen bevatte. Ingeborg heeft gelijk als ze stelt dat geluidisolatie en massa direct samenhangen. Het gaat bij een scherm niet om isolatie, maar om afscherming.
NB: Het duurt even, minstens een minuut, voordat je reactie online staat als je niet bent ingelogd. Je hoeft je reactie niet nogmaals in te zenden.