Tests

Eerste indruk McLaren 570 GT: de beschaafde supercar

22 oktober 2017 20:49

De McLaren 570 GT is een prachtig staaltje techniek. Rutger legt uit waarom bij een keuze tussen McLaren en Ferrari de laatste toch vaak wint.

McLaren is een Engelse fabrikant van racewagens die nog niet eens zo lang geleden besloot om auto’s voor de straat te gaan bouwen. Begin jaren 90 werd de McLaren F1 verkocht, een peperdure driezitsracer voor op de openbare weg. Toen werd er een flinke periode weer alleen op het racen georiënteerd, om in 2011 met de MP4-12C te komen. Relatief gesproken een instapmodel van een dikke 2 ton.

Met die auto was iets raars aan de hand. Bij McLaren waren ze gewend om raceauto’s te maken. Die moeten voldoen aan de regels en binnen die regels zo snel mogelijk zijn en als dat niet ten koste van de snelheid gaat ook nog zo veilig mogelijk. Comfort speelt bijna geen rol. Motorgeluid, afwerking, ervaring; alles ten gunste van de snelheid.

Met de F1 konden ze daar grotendeels ook nog mee wegkomen omdat het een hypercar was, maar de MP4-12C moest dagelijks gebruikt kunnen worden. Plotseling komen er dus allerlei zaken bij: geluidsniveau in de bediening, comfort van de stoelen op lange afstand, duurzaamheid van intensief gebruikte onderdelen in het interieur, een goede handsfreekit, een werkende radio. McLaren ging ermee aan de slag en deed het verbluffend goed. Het maakte een auto die absurd hard kan en bijzonder bruikbaar is van dag tot dag. 

Dyson onder de automakers

Trek de vleugeldeur van de McLaren 570 GT​ naar je toe en wat opvalt is het ontbreken van geluid. Geen PFFF, geen TSSSHHHH, helemaal niets. Hier moet iemand dagen, misschien wel weken, aan gewerkt hebben. In een wit verlichte studio met onberispelijk schone tegelvloer en grote ramen. Net als zijn voorganger is ook deze McLaren absurd goed afgewerkt. Zeker als je bedenkt dat dit geen auto is waarvan er duizenden de band afrollen. Op het gebied van vernieuwing is McLaren de Dyson onder de automakers.

Je zou denken dat Ferrari wel kon inpakken na de komst van McLaren, maar niets bleek minder waar. In tests tussen de Italiaanse sportwagens en de McLaren won in de meeste gevallen de Ferrari. Niet omdat hij sneller was, comfortabeler of duurzamer. Strikt vanwege het theater. McLaren bouwt auto’s die hard kunnen én comfortabel zijn. Ferrari bouwt auto’s die snel kunnen en je daar zoveel mogelijk bij betrekken. Understated English versus Italiaans machismo.

Cortex vs. reptielenbrein

Ieder weldenkend mens zou toch voor de McLaren gaan? De prestaties van een Ferrari met het comfort van een Mercedes. De ideale combinatie voor wie zijn sportwagen veel wil gebruiken. Porsche heeft er al jaren succes mee. Ruim driehonderd jaar na de Verlichting zou je hopen dat de rationele mens een dergelijke staaltje engineering kan waarderen. Maar ook eeuwen terug zouden de filosofen moeite hebben gehad u een auto aan te raden in deze klasse. Omdat ze nog niet bestonden, dat ook. Maar vooral omdat ze wel inzagen dat de rede een ontzettend potent middel was, maar niet zaligmakend. Dankzij rationeel denken was er een ontsnapping mogelijk geweest van onder het juk van de kerk. Maar de eigen driften en wensen waren niet zomaar weg te redeneren. Schopenhauer had niet anders verwacht dan dat je de McLaren liet staan en de Ferrari in de garage zou zetten.

Inmiddels hebben we daar meer dan filosofische ideeën over. We weten uit hersenscans dat onze cortex de McLaren wel kan waarderen. Alles in ogenschouw nemend, alle informatie combinerend is het een bijzonder stukje techniek. Maar als die cortex de baas is in het brein, dan komt er geen McLaren maar een Toyota Yaris of een treinabonnement. De McLaren is niet iets dat je nodig hebt om te overleven in onze wereld. Voor hetzelfde geld kun je aanzienlijk praktischer keuzes maken. Maar daar schreeuwt uw reptielenbrein al. Het gedeelte van uw hersenen dat gaat over de basics: eten, overleven, voortplanten.

Pauw

Dat reptielenbrein is al aardig gelukkig met een McLaren, maar wordt nog enthousiaster met een brullende Ferrari. Mannen moeten hun best doen om de aandacht van vrouwen te krijgen en daarbij treedt volgens bioloog Amotz Zahavi het handicapprincipe op. Kort uitgelegd: een pauw is gehandicapt als vogel door zijn enorme staart. Maar blijkbaar kan hij zich dat permitteren. Hij kan overleven én ook nog eens met zo’n glorieuze staart rondwandelen. Dat maakt hem aantrekkelijk.

Voor een mens geldt hetzelfde: een Ferrari of een McLaren is een overbodig exces. Dat maakt een man in de juiste situatie aantrekkelijk (vrouwen hebben volgens die theorie die Ferrari niet nodig omdat ze eitjes hebben en die zijn schaars). Per subcultuur worden dergelijke symbolen anders gewaardeerd. Maar het principe blijft gelijk: overbodige bezittingen of vaardigheden worden als aantrekkelijk gezien.

Inspelen op gevoel

In onze zoektocht naar vernieuwing hebben we dus niet alleen te maken met die rationele cortex, maar ook met ons grillige reptielenbrein. Dat McLaren de vergelijkende test met de Ferrari’s meestal niet wint, zegt dan ook meer over de gemiddelde autojournalist, dan over de auto. Die hebben een dagje uit voor het reptielenbrein en moeten morgen met de cortex op full blast de Toyota Yaris weer reviewen.

Bij het ontwikkelen van producten moet rekening gehouden worden met alles wat ons menselijk maakt. Wie wel eens een Apple-product uit een doosje heeft gehaald, weet dat de ontwerpers uit Cupertino ook heel goed op ons gevoel in weten te spelen. Zelfs het instellen van de telefoon is een stukje theater. Er wordt een belofte gemaakt voor een pijnloze gebruikerservaring. Zolang de gebruiker daarin kan geloven, werkt dat theater.

Lees meer auto-artikelen in onze rubriek Duurtest