Onderzoek: ouderen lezen veel meer nepnieuws

Kayla Velasquez/Unsplash

google facebook nepnieuws internet verkiezingen
26 mei om 15:50
Laatste update: 26 mei om 15:55

Een uitgebreid onderzoek naar de consumptie van online-nieuws wijst erop dat lezers vooral zelf verantwoordelijk zijn voor hun consumptie van nepnieuws. Algoritmes en 'filterbubbels' hebben maar beperkte invloed.

Diensten als Google Nieuws en Facebook zijn de afgelopen jaren door critici vaak verantwoordelijk gehouden voor de opkomst van nepnieuws. Er werd gedacht dat de algoritmes zorgden voor een soort echokamer of filterbubbel. Lezers zouden door de algoritmes alsmaar meer nieuws voorgesteld krijgen, zodat ze zouden blijven lezen.

In een nieuw onderzoek van de Amerikaanse universiteiten Rutgers, Stanford Northeastern University komen de wetenschappers tot een andere conclusie. De studie volgde van ruim 1000 respondenten de online nieuwsconsumptie met speciale plugins voor Chrome en Firefox. Er is specifiek gekeken naar de consumptie op twee momenten: de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen van 2018 en de presidentsverkiezing van 2020.

Politieke voorkeur weegt het zwaarst

Het onderzoek wijst uit dat gebruikers vooral zelf verantwoordelijk zijn voor hun blootstelling aan nepnieuws. In 2018 was slechts 31 procent van alle respondenten goed voor de consumptie van 90 procent van al het gesignaleerde nepnieuws tijdens de test. In 2020 was dat opnieuw het geval: 25 procent van de respondenten bekeek 90 procent van al het aangetroffen nepnieuws tijdens de test.

Die groep mensen klikt niet alleen vaker op nepnieuws, maar gaat er met hun zoekopdrachten eigenlijk al naar op zoek. De groep is ook vrij eenduidig: het gaat overwegend om oudere, conservatieve mensen die in de VS op de Republikeinse partij stemmen. Die politieke voorkeur werd vooraf met een enquête vastgelegd, zodat die evenredig verdeeld was onder de respondenten.

"Wat we zien is dat Google Nieuws ongeacht politieke voorkeur voor iedereen ongeveer dezelfde soorten resultaten laat zien", zegt medeauteur Katherine Ognyanova van de Rutgers School of Communication and Information. "De mate waarin mensen daarna op die resultaten ingaan, ligt grotendeels aan de persoonlijke en politieke blik."

Google toont maar weinig nepnieuws

Over het algemeen toont Google Nieuws volgens de onderzoekers maar weinig nepnieuws. In 2018 leidde gemiddeld 2,05 procent van alle resultaten naar een site met nepnieuws, in 2020 was dat gedaald naar gemiddeld 0,93 procent. Gebruikers kwamen vaker uit eigen wil terecht op zulke nepnieuwssites, omdat ze er dus specifiek naar zochten.

Er zat bovendien maar weinig verschil tussen het nieuws dat Google Nieuws liet zien aan de meest rechtse en de meest linkse respondenten. De kloof tussen die groepen zit in wie er op wat voor soort nieuws klikt. "Rechts-leunende respondenten, in tegenstelling tot links-leunende, klikken sneller op nieuwsbronnen die hun identiteit bevestigen", aldus het onderzoek. "Strikte Republikeinen gingen met beduidend meer onbetrouwbare nieuwsbronnen om dan onafhankelijke kiezers."

Ouderen klikken vaker nepnieuws aan

Ook leeftijd speelt een rol: respondenten van 65 jaar of ouder stuiten vaker op nepnieuws en gaan er ook vaker op in dan jongere testpersonen.

Maar ondanks die overwegend eigen inbreng zijn sites als Google volgens de onderzoekers toch niet helemaal zonder zonden. "De platforms laten mensen informatie zien die partijdig en onbetrouwbaar kan zijn. Maar ons onderzoek onderstreept dat de consument zelf aan de knoppen zit", aldus Ognyanova.

Luister ook onze podcast:

<iframe style="width:100%;max-width:660px;overflow:hidden;border-radius:10px" width="300" height="175" frameBorder="0"></iframe>